
Het boek gaat over een vrouw die plots weduwe wordt en dan tot de schokkende
ontdekking komt dat ze haar eigen huwelijk jarenlang heeft geïdealiseerd.
Haar man ging vreemd, had een vriendin en wel om een heel speciale reden.
Hoe ga je daar mee om, kun je hem dat vergeven? Was de liefde onecht? Stofjes
in de hersenen.
Als ik naar een schilderij kijk moet me dat iets doen, de kleuren zijn prachtig,
het beeld fascineert me of ik krijg er een gevoel bij. Zoiets.
Zo ook bij het lezen van een boek.
Lezen is als praten en kijken, tijdverdrijf.
In wezen schiet je er niks mee op, elders gaat het hongeren gewoon door.
Dus wil ik dat ik er iets bij voel, desnoods een erectie. Maar niks van dat
alles. Wekenlang op zitten tobben, eindelijk uit.
Wat vind ik?
Als roman? Nodeloos lang hier en daar, saai ook vaak. Teveel gezeur over Greene. Soms een beetje teveel moeilijk doen over simpele zaken die ons, zoogdieren, zo kenmerken. Omdat ik zoveel mogelijk boeken lees die een link hebben met vreemdgaan heb ik het tot het einde volgehouden. Deze kan nu onder mijn te korte tafelpoot.
Maar toch ben ik nieuwsgierig geworden naar haar eerdere boeken. Want ze durft wel onderwerpen aan te snijden. Uitdagend. Met lef. Niet de platgetreden paden bewandelend. Ze heeft iets te vertellen. Gegroet Désanne.