Demostenes, de grootste en meest beroemde redenaar van het Oude Griekenland
zegt in een redevoering : "Courtisanes hebben we voor de wellust, concubines
voor de dagelijkse lichamelijke behoeften en wettige echtgenotes om wettige
kinderen te baren en als trouwe wachters van het huis".
Wat status betreft staat de concubine tussen de courtisane en de echtgenote
in en ze was slechts aan een man verbonden. Ze woonde bij de man in en kon
hem vergezellen bij offerfeesten of gezelschap houden en hem bedienen als
hij zijn vrienden ontving, dat wat courtisanes niet was toegestaan.
In de Homerische tijd hielden Trojanen en Achaeërs er concubines op na
en beschouwden de door deze vrouwen gebaarde kinderen als wettig. Desondanks
stond het huwelijk op een hoger plan, hoewel ze bijna dezelfde rechten had.
Haar eventuele bezittingen vielen onder het vermogen van de man. Vele arme
meisjes uit die tijd namen hun toevlucht tot het concubinaat. Het was gebruikelijk
in de 5-de tot de 4-de eeuw in deze hoedanigheid meisjes te onderhouden.