
Het begon eigenlijk als een vlucht. Even weg van de wasmanden die zich eindeloos vermenigvuldigen, weg van de routinegesprekken met Mark over de thermostaat en de apk-keuring. Ik boekte een weekendje weg naar een hip hotel aan de kust, officieel om “uit te waaien”, maar stiekem hoopte ik vooral om weer even te voelen dat ik besta. Ik ben 48, zie er – al zeg ik het zelf – nog prima uit, maar in mijn huwelijk voel ik me soms net een meubelstuk. Vertrouwd, functioneel, maar niemand kijkt er meer echt naar.
Zaterdagavond belandde ik in de hotelbar. Ik had me opgedoft: jurkje, hakken, rode lippenstift die ik thuis nooit meer draag. Terwijl ik nipte van mijn gin-tonic, zag ik hem staan. Julian. Ik schatte hem eind twintig. Een bos krullen, een net iets te brutale lach en ogen die dwars door de ruimte prikten. Normaal gesproken zou ik denken: ‘Die kijkt naar de meiden van twintig verderop.’ Maar hij keek naar mij.
Hij kwam naast me zitten, niet aarzelend, maar met een vanzelfsprekendheid die me overrompelde. “Mag ik je iets vragen?” zei hij met een zachte G. “Wat doet een vrouw met zo’n uitstraling hier helemaal alleen?” Het was een foute openingszin, absoluut, maar uit zijn mond klonk het als een compliment. We raakten aan de praat. Over zijn werk als surfinstructeur, over mijn saaie kantoorbaan die ik ineens veel spannender deed lijken.
Wat me raakte was niet eens zijn jonge, strakke lijf (hoewel dat zeker geen straf was om naar te kijken), maar de aandacht. Hij luisterde. Hij lachte om mijn grappen. Hij schonk mijn glas bij zonder dat ik het hoefde te vragen. In de spiegel achter de bar zag ik mezelf stralen op een manier die ik jaren niet had gezien. Was dit het befaamde ‘cougar’-effect waar je wel eens over leest? Het kon me niets schelen. Ik bestelde nog een ronde cocktails en pinde de rekening zonder blikken of blozen. “Laat mij maar,” zei ik, en zijn hand raakte even de mijne. De elektriciteit die door mijn lijf schoot, was verslavend.
Rond één uur ’s nachts fluisterde hij in mijn oor: “Je bent de meest sexy vrouw die ik in tijden heb gezien.” De rationele stem in mijn hoofd – die van de moeder en de echtgenote – probeerde nog te protesteren. Hij is jong genoeg om je zoon te zijn. Dit is gekkenwerk. Maar mijn lijf schreeuwde iets heel anders.
De nacht op mijn hotelkamer was een ontdekkingstocht. Geen routine, geen ‘snel even voor het slapengaan’, maar pure passie en nieuwsgierigheid. Hij aanbad mijn lichaam alsof het iets kostbaars was, in plaats van iets dat al twintig jaar vanzelfsprekend is. Ik voelde me geen moeder van twee pubers, ik voelde me een godin.
De volgende ochtend werd ik wakker met een warhoofd en een onbetaalbare glimlach. Julian was al weg – hij moest een les geven – maar er lag een briefje op het nachtkastje: Bedankt voor de onvergetelijke nacht.
Toen ik zondagavond weer thuis de oprit opreed, voelde ik me niet schuldig. Integendeel. Ik gaf Mark een kus op zijn wang en vroeg oprecht geïnteresseerd hoe zijn weekend was geweest. Het geheim in mijn binnenzak voelde als een warme gloed. Ik wist weer dat ik aantrekkelijk was, dat ik nog meetelde. En dat ene weekendje weg? Dat smaakte absoluut naar meer. Soms moet je de sleur even doorbreken om te beseffen dat je nog leeft.