De speeltuin van Zandvoort: Hoe ik mijn ‘toyboy’ vond tussen de strandbedjes (en waarom jij dat ook moet doen)

Het is vrijdagmiddag, net na vijven. De zon zakt langzaam in de Noordzee en zet de strandtenten van Zandvoort in een gouden gloed. Terwijl mijn man waarschijnlijk net de vaatwasser uitruimt in onze twee-onder-een-kap in Amersfoort, nip ik aan een ijskoude Sauvignon Blanc. Ik heet Saskia, ik ben vijfenveertig en ik ben op jacht. Niet op de manier zoals je ziet in natuurdocumentaires, maar subtieler. Geraffineerder. Samen met mijn vriendin Monique zit ik op het terras van Happy Fish. We zijn hier zogenaamd om even ‘uit te waaien’ van ons drukke gezinsleven, maar wie goed kijkt, ziet dat onze ogen niet gericht zijn op de golven, maar op de ‘fauna’ die hier rondloopt.
Welkom op de Nederlandse liefdesmarkt. Vergeet de exotische stranden van ver weg; hier aan onze eigen kust bruist het van de testosteron. De populatie? Vrouwen zoals wij: goed verzorgd, leuke baan, kinderen die al wat groter zijn, en een huwelijk dat net zo spannend is als een aflevering van Boer Zoekt Vrouw – degelijk, maar voorspelbaar. En aan de andere kant: de ‘jonge goden’. Surfinstructeurs, barmannen, studenten die bijverdienen. Ze zijn bruingebakken, hebben een sixpack waar je u tegen zegt en, het allerbelangrijkste: ze barsten van de energie die wij thuis zo missen.
Daar staat hij. Achter de buitenbar. Ik schat hem een jaar of vierentwintig. Hij heet Daan, zie ik op zijn naambordje. Blond warrig haar, een lach die waarschijnlijk de helft van de vrouwelijke klandizie hier doet smelten en armen die verraden dat hij veel aan kitesurfen doet. Hij kijkt me aan terwijl hij een biertje tapt. Geen verlegen blik, maar eentje vol zelfvertrouwen. Hij weet dat ik kijk. En hij vindt het leuk.
Vroeger dacht ik dat dit soort aandacht ‘not done’ was. Dat ik blij mocht zijn met mijn stabiele leven. Maar sinds ik me heb opengesteld voor het idee dat het leven meer te bieden heeft dan de zaterdagse boodschappenronde, voel ik me levendiger dan ooit. Het is niet dat ik mijn man niet meer leuk vind, maar Daan… Daan is een avontuur.
“Hij blijft kijken, Sas,” fluistert Monique giechelend, terwijl ze een olijfje pakt. Ik voel een blos op mijn wangen die niets te maken heeft met de witte wijn. Ik sta op en loop naar de bar. Mijn hart bonst in mijn keel – dat heerlijke, nerveuze gevoel van vroeger.
“Twee Chardonnay, alsjeblieft,” zeg ik, terwijl ik nonchalant tegen de bar leun.
“Komt eraan,” zegt Daan. Hij schenkt de glazen in zonder het oogcontact te verbreken. “Genieten jullie een beetje van de zonsondergang?” Zijn stem is lager dan ik dacht.
“Zeker,” antwoord ik. “Maar het uitzicht hier aan de bar is eerlijk gezegd beter.”
Bam. Ik heb het gezegd. Daan lacht, een twinkeling in zijn ogen. “Dan heb ik geluk dat ik hier sta.”
Het spel is begonnen. De uren daarna vliegen voorbij. Monique haakt tactisch af rond een uur of tien (“Ik ga alvast naar het hotel, hoofdpijn!” – ik hou van die vrouw). Daan is inmiddels vrij. We lopen het strand op, weg van de drukte en de muziek. De koele zeewind, het rulle zand, en zijn hand die ‘per ongeluk’ de mijne raakt. Het voelt verboden en bevrijdend tegelijk. We zoenen in de duinen, beschut door het helmgras. Het is hongerig, gepassioneerd en totaal anders dan de routineuze kus die ik thuis krijg bij vertrek. Zijn handen zijn stevig, zijn huid ruikt naar zout en zonnebrand. Ik voel me geen vijfenveertig, geen moeder, geen echtgenote. Ik ben gewoon Saskia. Begeerd, wild en sexy.
We eindigen in mijn hotelkamer. Geen ingewikkelde gesprekken over de toekomst, geen gedoe over hypotheken of schoolkeuzes. Alleen puur, onversneden plezier. Hij vindt mijn lichaam prachtig – ook de stukjes waar ik zelf onzeker over ben. Voor hem ben ik een ervaren vrouw, een fantasie die werkelijkheid wordt. Voor mij is hij de fontein van de eeuwige jeugd.
De volgende ochtend rijd ik terug naar huis. Daan ligt nog te slapen als ik vertrek, na een laatste, lome zoen. Ik voel me niet schuldig. Integendeel. Terwijl ik de A1 opdraai, zet ik de radio hard aan en zing mee. Ik heb een geheim. Een heerlijk, tintelend geheim dat me de komende maanden weer energie geeft. Thuis geef ik mijn man een extra dikke knuffel. “Fijn weekend gehad?” vraagt hij.
“Heerlijk,” zeg ik stralend. “Ik kan er weer helemaal tegenaan.”
En dat is precies hoe het is. Soms moet je even van het gebaande pad afwijken om de weg naar jezelf weer terug te vinden.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *