Een minnaar én een goed huwelijk: hoe een open relatie écht werkt (en waarom steeds meer stellen het proberen)

Ze heet Reeya, is 45, getrouwd met haar jeugdliefde Hans en moeder van drie kinderen. En ze heeft al vijf jaar een minnaar. Hans weet ervan – sterker nog, hij heeft zelf ook wisselende contacten met andere vrouwen. Niemand in hun omgeving kent hun geheim. “Mijn minnaar zie ik als een cadeautje,” vertelde Reeya aan tijdschrift Vriendin, “maar mijn huwelijk met Hans blijft het allerbelangrijkst.”

Het klinkt als een uitzonderlijk verhaal, maar dat is het steeds minder. Wat Reeya en Hans hebben, noemen wetenschappers consensuele non-monogamie (CNM): een relatie waarbij alle betrokkenen toestemming geven voor romantische of seksuele contacten buiten het koppel. En dat fenomeen groeit – niet alleen in Nederland, maar in heel Europa.

De cijfers: hoe gewoon is een open relatie eigenlijk?

In Nederland heeft naar schatting 0,8% van de bevolking tussen 25 en 79 jaar een polyamoreuze relatie, wat neerkomt op 100.000 tot 200.000 Nederlanders en Vlamingen. Dat blijkt uit onderzoek van kenniscentrum seksualiteit Rutgers, uitgevoerd in samenwerking met het RIVM. Opvallend: ouderen leven tweemaal zo vaak polyamoreus als jongeren.

In Duitsland liggen de cijfers hoger: 14% van de Duitsers is ooit in een open relatie geweest. Bijna de helft van de jongeren onder de 30 (49% van de mannen, 48% van de vrouwen) gelooft dat open relaties in de toekomst normaler worden. “Vroeger bestond er geen alternatief voor monogamie,” aldus psycholoog Lisa Fischbach. “Jongeren denken nu vrijer en zijn opener om nieuwe leefvormen te bespreken.”

Frankrijk vertelt een vergelijkbaar verhaal. Volgens het nieuwste IFOP-onderzoek uit 2025 zegt 5% van de Franse stellen momenteel in een ‘relation libre’ te zitten – tegenover slechts 1% in 2017. Ongeveer 15% van de Fransen geeft aan ooit een open relatie te hebben gehad. Onder Parijzenaars loopt dat op tot 23%. Tegelijkertijd daalt klassieke ontrouw: het percentage ontrouwe vrouwen daalde van 37% in 2019 naar 26% in 2025, bij mannen van 45% naar 36%. De onderzoekers spreken van een verschuiving: minder stiekem vreemdgaan, meer bewust openstellen.

Waarom stellen kiezen voor een buitenechtelijke relatie – mét toestemming

De Belgisch-Amerikaanse psychotherapeut Esther Perel, die wereldwijd bekend werd met haar boek The State of Affairs: Rethinking Infidelity, stelt dat affaires van alle tijden zijn. “Het bestaat al sinds het huwelijk werd uitgevonden,” schrijft ze. Perel pleit voor minder moreel oordeel en meer nuance: niet elke buitenechtelijke relatie betekent het einde van een huwelijk. Soms kan het juist de doorgang zijn naar een vernieuwd partnerschap.

Dr. Francesca Miccoli, rechtsfilosoof aan de Universiteit van Basel (Zwitserland), onderzocht waarom mensen kiezen voor ethische non-monogamie. Haar conclusie: de verwachting dat één partner álle behoeften vervult – minnaar, beste vriend, reisgezel, co-ouder – is voor veel mensen onrealistisch. “Elke persoon heeft uiteenlopende behoeften die niet altijd door één iemand vervuld kunnen worden,” aldus Miccoli. “Mensen in consensueel non-monogame relaties zoeken die vervulling via meerdere partners.”

Dat bevestigt ook het verhaal van Reeya. Ze hield van Hans, maar merkte dat de aandacht van een collega iets losmaakte wat ze niet kon negeren. Geen onvrede met haar huwelijk, maar een behoefte aan spanning en bevestiging die heel menselijk bleek .

Wat zegt de wetenschap: zijn open relaties even goed als monogame?

Hier wordt het interessant. Een groeiend aantal studies laat zien dat consensueel non-monogame relaties niet onderdoen voor monogame op het gebied van relatietevredenheid, vertrouwen en psychologisch welzijn.

Onderzoek van Conley, Matsick, Moors en Ziegler (2017), samengevat door de American Psychological Association, toont aan dat mensen in CNM-relaties vergelijkbare niveaus rapporteren van relatietevredenheid, commitment en psychische gezondheid als mensen in monogame relaties. Bovendien ervaren CNM-deelnemers relatief weinig jaloezie en milde vormen van relationale onzekerheid.

Een studie gepubliceerd in het Journal of Social and Personal Relationships door Amy Muise (York University, Canada, 2018) onderzocht seksuele behoeftevervulling bij 1.054 personen in CNM-relaties. De resultaten lieten een ‘spillover-effect’ zien: wanneer seksuele behoeften in de ene relatie werden vervuld, nam de tevredenheid in de andere relatie ook toe. Met andere woorden: een vervullende affaire kan de hoofdrelatie juist ten goede komen.

Groot onderzoek van Balzarini en collega’s (2017) onder 1.308 polyamoreuze personen bevestigde dat deelnemers meer investering, tevredenheid en commitment rapporteerden in hun primaire relatie dan in secundaire relaties – maar wél meer tijd aan seks besteedden met de secundaire partner. De primaire relatie bleef steevast de ’thuishaven’, precies zoals Reeya het beschrijft.

Jaloezie: het onvermijdelijke struikelblok – en hoe je ermee omgaat

Laten we eerlijk zijn: jaloezie verdwijnt niet zomaar als je afspreekt een open relatie te hebben. Reeya en Hans maakten het aan den lijve mee. Er was ruzie, afstand, onzekerheid. “Waar waren we aan begonnen?” vroeg Reeya zich af. Relatietherapie bracht uiteindelijk de doorbraak .

Wetenschappelijk onderzoek bevestigt dat jaloezie een universele emotie is in alle relatievormen. Maar er zit een cruciaal verschil in hoe monogame en niet-monogame stellen ermee omgaan. Een studie van Hamilton (2024), gepubliceerd in PMC, vergeleek de jaloezie-ervaring van monogame en CNM-vrouwen. Monogame deelnemers beschreven jaloezie vooral als angst om de partner te verliezen. CNM-deelnemers ervoeren die angst aanvankelijk ook – vooral bij de overgang van monogaam naar open – maar leerden jaloezie te zien als iets om actief te verwerken in plaats van te onderdrukken.

Het verschil zat vooral in communicatie. Vier van de vijf CNM-deelnemers benadrukten expliciete communicatie als basisnorm. Ze bespraken jaloezie regelmatig en openlijk met hun partners, terwijl monogame deelnemers het vaker stilhielden. Sommige CNM-deelnemers ontwikkelden zelfs een gevoel van compersion – vreugde voelen bij het geluk van je partner met een ander. Bij de monogame groep kwam dat concept niet voor.

Dr. Miccoli van de Universiteit van Basel bevestigt: “Jaloezie is een wijdverspreide emotie onder polyamoreuze mensen. Maar op basis van empathie, eerlijkheid en open communicatie werken mensen in complexe relaties actief aan zichzelf: waarom ben ik jaloers en hoe ga ik ermee om?”

De sleutel: eerlijkheid, grenzen en heel veel praten

Het grootste verschil tussen een affaire en een open relatie? Toestemming en transparantie. Onderzoeker Meg-John Barker van de Open University (VK) heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar non-monogamie en benadrukt dat consensuele non-monogamie alleen werkt wanneer er sprake is van gelijkwaardige onderhandeling, duidelijke afspraken en voortdurende heronderhandeling.

Ook Reeya en Hans ontdekten dat pas gaandeweg. Aanvankelijk struikelden ze over randverschijnselen: jaloezie, de toon waarop iets werd gezegd. De echte doorbraak kwam toen ze stopten met verwijten en zich kwetsbaar opstelden. “We benoemden wat het met ons deed,” vertelde Reeya. “En dan maak je pas écht moeilijke onderwerpen bespreekbaar.”

Onderzoekers van de APA (American Psychological Association) benadrukken bovendien het risico van geïnternaliseerde negativiteit. Een studie van Moors en collega’s (2021) onder 339 CNM-deelnemers toonde aan dat wie persoonlijk oncomfortabel was met het eigen relatiemodel – bijvoorbeeld doordat de omgeving non-monogamie als ‘onnatuurlijk’ bestempelde – significant minder tevredenheid ervoer in beide relaties. Sociale steun en zelfacceptatie zijn dus minstens zo belangrijk als goede afspraken.

Is monogamie eigenlijk wel ‘natuurlijk’?

Het is een vraag die wetenschappers al decennia bezighoudt. Dr. Miccoli stelt het scherp: “Monogamie is primair cultureel bepaald. Als monogamie een natuurlijke toestand was, hoe verklaar je dan het hoge percentage mensen dat vreemdgaat?” Ze verwijst naar de filosoof Friedrich Engels, die monogamie koppelde aan het concept van privébezit en erfrecht: mannen wilden zekerheid dat hun kinderen biologisch de hunne waren.

De BBC berichtte in 2022 over de groeiende interesse in open relaties. Datingcoach Dedeker Winston, gespecialiseerd in non-monogamie, zag rond 2016 een “explosie van interesse” toen steeds meer mensen online openlijk over niet-monogame relaties begonnen te praten. Relatietherapeut Sarah Levinson uit New York bevestigde: “Tien jaar geleden was het nog heel obscuur, nu is het ongelooflijk gewoon.”

Niet voor iedereen – en dat is oké

Betekent dit dat iedereen maar een open relatie moet beginnen? Absoluut niet. Dr. Miccoli waarschuwt: “Open relaties moeten niet geïdealiseerd worden. Niet iedereen die zo’n relatie heeft, werkt ook daadwerkelijk aan emotionele en communicatieve vaardigheden.” Het vergt enorm veel tijd, energie en emotionele volwassenheid.

Reeya en Hans hadden relatietherapie nodig om hun open huwelijk te laten werken. De therapeut adviseerde zelfs om te stoppen. Toch kozen ze ervoor door te gaan – en vijf jaar later zegt Reeya dat het avontuur haar uiteindelijk dichter bij Hans heeft gebracht. “De grap is dat ik nieuwsgierig was naar een andere man, maar uiteindelijk uitkom bij mijn eigen vent. Die ik nu nog beter ken en nog meer ben gaan waarderen.”

De wetenschap bevestigt haar ervaring. Open relaties kunnen werken – mits gebouwd op eerlijkheid, gelijkwaardigheid en de bereidheid om continu in gesprek te blijven. Voor wie dat kan opbrengen, is het geen bedreiging voor het huwelijk, maar een manier om het te verrijken.


Bronnen in dit artikel:

  • Conley, Matsick, Moors & Ziegler (2017) – APA Factsheet Consensual Non-Monogamy
  • Hamilton (2024) – Jealousy: A comparison of monogamous and CNM relationships, PMC
  • Balzarini et al. (2017) – PLOS ONE: Perceptions of primary and secondary relationships in polyamory
  • Muise, Laughton, Moors & Impett (2018) – Journal of Social and Personal Relationships
  • Moors et al. (2021) – Archives of Sexual Behavior: Internalized CNM Negativity
  • Dr. Francesca Miccoli, Universiteit van Basel (2024)
  • IFOP/Gleeden-onderzoek, Frankrijk (2025)
  • Fittkau & Maaß survey, Duitsland (2023)
  • Rutgers/RIVM – Seksuele Gezondheid in Nederland (2017)
  • Barker & Langdridge (2010) – Sexualities: Whatever happened to non-monogamies? – Open University, VK

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *