“Mijn minnaar is mijn medicijn”

Het voelt alsof er mieren in mijn onderbroek zitten. Niet een paar, maar een heel nest dat constant in beweging is. Het is geen ‘zin’ in de romantische zin van het woord. Het is een dwingende, bonzende hitte die nooit – maar dan ook nooit – helemaal weggaat. Ik ben Elise (36) en ik heb PGAD, oftewel Persistent Genital Arousal Disorder. In lekentaal: ik ben altijd fysiek opgewonden, zonder dat ik daar mentaal om vraag. En dat, lieve mensen, is geen droom, maar een absolute nachtmerrie.
Toen het vijf jaar geleden begon, dacht ik eerst nog: goh, hormonen. Mijn man Daan (38) vond het in het begin geweldig. Een vrouw die hem ‘s ochtends wakker maakte, hem tijdens de lunch appte en ‘s avonds weer bovenop hem sprong. Maar na drie maanden zag ik de wallen onder zijn ogen. Hij begon smoesjes te verzinnen om later naar bed te gaan. “Nog even die mail afmaken,” riep hij dan vanuit de studeerkamer. Ik voelde me afgewezen, schuldig en tegelijkertijd fysiek gekweld. Want als ik niet klaarkwam, bouwde de spanning zich op tot ik niet meer stil kon zitten op mijn bureaustoel.
De huisarts dacht aan stress. De gynaecoloog adviseerde bekkenbodemfysio. Niets hielp. Ondertussen veranderde onze slaapkamer in een soort medische werkplaats. Seks werd een taakje, iets dat ‘even moest’ om Elise rustig te krijgen. De intimiteit was volledig verdwenen; Daan voelde zich gebruikt als levende vibrator en ik voelde me een monster dat haar man uitzoog. Op een dinsdagavond, nadat Daan zuchtend zijn boek had weggelegd om mij “te helpen”, knapte er iets. Ik zag de tegenzin in zijn lijf. Ik hield zielsveel van hem, maar ik maakte hem kapot. En daarmee ons huwelijk.
Ik wist dat ik die fysieke last bij hem weg moest halen. Maar cold turkey stoppen was geen optie; de onrust in mijn lijf was letterlijk pijnlijk. Via een forum las ik verhalen van vrouwen die hun heil zochten in ‘uitbesteding’. Het klonk kil, maar voor mij voelde het als een mogelijke reddingsboei. Met trillende vingers schreef ik me in op een datingsite. Mijn profieltekst was eerlijk, maar vaag: “Vrouw met extreem hoog libido zoekt man die van geen ophouden weet. Discretie vereist.”
De reacties stroomden binnen, maar ik pikte Mark eruit. Een marathonloper, single, en iemand die in zijn eigen woorden “energie voor tien” had. Onze eerste afspraak in een hotel in Zwolle was puur zakelijk, bijna klinisch. Ik legde uit dat ik geen romantiek zocht, maar pure fysieke ontlading. Hij knikte, dronk zijn koffie op en nam me mee naar boven.
Wat er die middag gebeurde, was geen liefdesdaad, maar een uitputtingsslag. Precies wat ik nodig had. Mark had de conditie en de drive die Daan – begrijpelijk – niet meer kon opbrengen. Voor het eerst in jaren ging ik naar huis met een lichaam dat stil was. Rustig.
Thuis trof ik Daan op de bank. Hij keek op, verwachtte waarschijnlijk weer die hongerige blik in mijn ogen, maar zag in plaats daarvan een ontspannen vrouw. “Zullen we een serie kijken?” vroeg ik. Hij kroop opgelucht tegen me aan. Die avond hebben we alleen maar gelepeld. Geen gehijg, geen gepor, geen “moet je weer?”.
Sinds ik Mark zie – meestal één keer per week voor een intensieve ‘sessie’ – is de balans in mijn huwelijk terug. Ik ben weer de vrolijke, liefdevolle Elise in plaats van de onverzadigbare vrouw die haar man uitput.
Is het vreemdgaan? Volgens de letter van de wet wel. Maar als ik naar Daan kijk, die eindelijk weer uitgerust wakker wordt en weer grapjes met me maakt, voelt het als noodzakelijk onderhoud. Ik heb geaccepteerd dat mijn aandoening een deel van mij is dat ik moet managen. En als Mark mijn medicijn is waardoor ik mijn huwelijk gezond houd, dan slik ik dat medicijn met liefde. Soms moet je buiten de lijntjes kleuren om het totaalplaatje mooi te houden.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *