Soms vraag ik me af of je eerste liefde ooit echt verdwijnt. Voor mij, Simone (46), was het antwoord jarenlang een vaag ‘misschien’. Ik ben al twintig jaar getrouwd met Rob, een lieve, betrouwbare man met wie ik twee prachtige pubers heb. Ons leven is goed. We hebben een fijn huis, leuke vakanties en ruziën zelden. Maar als ik heel eerlijk ben, is de storm al jaren geleden gaan liggen. We zijn een geoliede machine, partners in het managen van een huishouden. De vlinders? Die waren dood en begraven. Dacht ik.
Het begon eigenlijk uit verveling, op een regenachtige zondagmiddag. Ik zat op de bank met mijn iPad en dacht ineens aan Daan. Daan was mijn grote liefde toen ik vijftien was. We woonden destijds ver uit elkaar en waren afhankelijk van onze ouders die ons moesten brengen en halen. Openbaar vervoer was een dagtaak en internet bestond nog niet. We schreven brieven – stapels heb ik er nog van – en belden stiekem in de gang. Uiteindelijk bloedde het dood, zoals dat gaat met kalverliefdes. Maar vergeten was ik hem nooit.
Jarenlang heb ik sporadisch naar hem gezocht. Eerst op Hyves, later op Facebook. Tevergeefs. Zijn naam was net algemeen genoeg om in de massa te verdwijnen en zijn ouders waren verhuisd; hun oude huis was zelfs gesloopt. Het leek alsof hij van de aardbodem was verdwenen. Tot die ene middag, drie jaar geleden. Ik typte opnieuw zijn achternaam in en zag ineens een gezicht dat me als een bliksemschicht raakte. Niet Daan, maar een jongen die als twee druppels water op hem leek. Zijn zoon. Het kon niet anders.
Mijn hart bonkte in mijn keel toen ik een impulsief besluit nam. Ik stuurde de jongen een voorzichtig berichtje via Messenger. Vroeg hij toevallig familie was van Daan, met wie ik vroeger op kamp was geweest. Ik voelde me een stalker en een tiener tegelijk, en heb de hele avond zenuwachtig op mijn telefoon gekeken.
De volgende ochtend opende ik Facebook en daar stond het. Geen bericht van de zoon, maar een vriendschapsverzoek van Daan zelf. Ik gilde het bijna uit. Na dertig jaar. Dertig jaar stilte, en ineens was hij daar, één muisklik bij me vandaan.
Vanaf het moment dat we begonnen te chatten, was het alsof de tijd had stilgestaan. Natuurlijk is hij veranderd; hij heeft groeven in zijn gezicht en grijze haren, net als ik. Maar de connectie is er nog, feller dan ooit. We appen dagelijks. Over vroeger, over nu, over onze dromen die we nooit hebben waargemaakt. Hij zit in een vergelijkbare sleur en bij hem vind ik de spanning en de erkenning die ik thuis zo mis. Ik voel me weer vrouw, niet alleen maar ‘mama’ of ‘echtgenote’.
Mijn omgeving vindt er wat van. De vriendinnen die het weten, zeggen dat ik met vuur speel. “Kap ermee, Simone, dit gaat fout,” waarschuwen ze. “Je zet je hele huwelijk op het spel voor een fantasie.” Misschien hebben ze gelijk. Misschien is het een vlucht. Maar ik kan het niet. Het voelt alsof ik jarenlang heb geslapen en nu eindelijk weer wakker ben.
Ik weet dat het gecompliceerd is. Ik houd van Rob, op mijn eigen manier. Ik wil hem geen pijn doen. Maar de energie die Daan me geeft, de manier waarop mijn hart weer overslaat als mijn telefoon trilt… dat wil ik voor geen goud missen. Voorlopig leef ik in twee werelden. In de ene ben ik de degelijke huisvrouw, in de andere de begeerde vrouw die ze ooit was. En heel eerlijk? Ik heb me in jaren niet zo levend gevoeld.